Nieuws

ORTEC: "Onderzoek Nma moet beter" (Bron FD)01 augustus 2008
Rapport naar benzineprijs toont leemte in wiskundige onderbouwing van conclusies
Door Lambert van den Bruggen en Harry Veenendaal
VVD en PvdA willen dat minister Maria van der Hoeven van Economische Zaken de NMa een onderzoek laat instellen naar de hoge brandstofprijzen. Omdat in omringende landen de kale brandstofprijs lager ligt, moet sprake zijn van onvoldoende concurrentie, luidt de redenering. Het antwoord lijkt op voorhand gegeven. Maar dergelijke onderzoeken van toezichthouders als de NMa vragen een uiterst kritische benadering. Vooral omdat aannames waarop vermeende overtredingen stoelen, wiskundig gezien vaak moeilijk houdbaar zijn.
Een praktijkvoorbeeld. Enige tijd geleden hield de NMa een oliemaatschappij verantwoordelijk voor asymmetrische prijsstelling, wat betekent dat prijzen zich niet volledig en onmiddellijk aanpassen aan veranderende marktomstandigheden. De kale brandstofprijzen aan de pomp stegen volgens NMa sneller bij een stijgende olieprijs, dan dat ze daalden bij een dalende olieprijs.
De zaak leek grondig onderbouwd door wetenschappelijk onderzoek. De oliemaatschappij liet dit onderzoek door experts op het gebied van kwantitatieve vraagstukken toetsen op wiskundige houdbaarheid. Hieruit bleek dat de analyses onvolledig waren en zaken simplificeerden.
Als basis voor het onderzoek diende vijf jaar historische data. Aangezien de adviesprijs gemiddeld slechts eens per week werd aangepast, werd alleen de informatie voor een bepaalde weekdag meegenomen. Daaruit concludeerde het onderzoeksinstituut een kleine asymmetrie in de prijsontwikkeling. Waar als vanzelfsprekend werd aangenomen dat andere weekdagen eenzelfde beeld geven, was er volgens de NMa sprake van prijsasymmetrie.
Onafhankelijke econometristen voerden dezelfde berekeningen uit voor andere weekdagen en concludeerden dat voor andere weekdagen geen asymmetrie bewezen kon worden. Het kleine asymmetrisch effect dat het wetenschappelijke onderzoeksrapport vaststelde had bovendien uiteindelijk slechts een verwaarloosbaar effect op de consumentenprijzen. Dit nam het fundament onder het NMa rapport weg. Het onderzoek stierf een stille dood.
Het is niet helder of dit de NMa valt aan te rekenen. Zij baseerde zich immers op wetenschappelijk onderzoek dat hiaten bevatte. Belangrijkste conclusie is wellicht dat betrokken partijen geen coherent inzicht in de totale complexiteit van de materie hadden. Daarmee vervalt een gefundeerde en objectieve toetsingaan de Mededingingswet. Dat de NMa hiermee 'wegkomt', ligt ook in het feit dat ze opereert in het vacuum tussen twee vakgebieden die onvoldoende van elkaars expertise profiteren: de econometrie en de rechtsgeleerdheid. Hierdoor worden verkeerde aannames niet of nauwelijks ontdekt en aangepakt. (Bron: Financieel Dagblad)